Nieuws!

BIZ GAAT WEER OP INKOOP-TRIP !

De Abdij van Klaarmares (in het Frans: Abbaye de Clairmarais) is een voormalige abdij in het Franse departement Pas-de-Calais. 

 

We gaan een paar Noord-Franse brouwerijen langs, waaronder deze oude abdij, waar inmiddels weer bier gebrouwd wordt .

Frans-Vlaanderen, het land van de Ch’Ti heeft sfeervolle cafeetjes en restaurants. We gaan ervan genieten, zoals elk jaar in de aanloop naar het festival !!

We zullen ongetwijfeld met wat lekkere Franse biertjes voor het festival terugkomen.

                                       De poort naar de abdijhoeve

 

BROUWERIJ ‘BOUWLUST’ TE SINT PHILIPSLAND 

De eerste inpoldering van een gedeelte van het huidige Sint Philipsland vond plaats in 1487, op initiatief van Anna van Bourgondië, een buitenechtelijke dochter van hertog Philips van Bourgondië. Zij liet een kerk bouwen die gewijd was aan Philippus om zo wellicht de beschermheilige van haar vader te eren en zijn naam te bewaren. (bron : Wikipedia) Aan die kerk is de naam van het eiland ontleend.

In 1884 werd het 23 km2 metende eiland Sint Philipsland door een dam verbonden met West-Brabant. Bestuurlijk bleef het wel degelijk behoren tot de provincie Zeeland. Naar het zuiden werd het sinds 1973 via de Krabbenkreekdam verbonden met Tholen en naar het noorden sinds 1988 via de Philipsdam met de Grevelingendam en dus met Overflakkee en Duiveland. De (vooral bij mist) roemruchte veerdienst Anna Jacobapolder – Zijpe kon uit de vaart genomen worden.

Leendert van Dijke uit Sint Philipsland begon als hobbybrouwer in de tijd dat hij zijn technische opleiding deed bij ROC Markiezaat College in Bergen op Zoom, waar een brouwinstallatie aanwezig was. De naam van de brouwerij verwijst naar de boerderij van de ouders van Leendert, Bouwlust. In 2019 werd de stap gezet naar het op grote schaal brouwen van het bier. 

Leendert had in 2023 zullen deelnemen aan ons festival, maar door een zeer tragische gebeurtenis kon dit niet doorgaan. De vader van Leendert, Marco van Dijke, kwam door een ongeval bij de boerderij om het leven. 

Leendert en zijn familie proberen de draad op te pakken, maar elke dag voelen zij het grote gemis. Leendert wil zeker verder met zijn brouwerij, omdat hij ondernemend is met een passie voor bier.  

Bier in Zeeland is ervan overtuigd dat Bouwlust een bijzondere brouwerij is, die bij het festival past. We gaan zeker nog van Bouwlust horen. 

Daarom zullen dit jaar in de BiZ-stand de ‘Investering’ (rinzig blond), ‘Cliché’ (Thoolse tripel) en ‘Parelwit’ van Bouwlust geschonken worden !  

Met deze originele AK400 wordt in de regio ‘Flipland’ het bier van Bouwlust bezorgd !

 

 

DE ABDIJ VAN HERKENRODE / BROUWERIJ CORNELISSEN

Deze prachtige abdij, met haar uitgebreide domein, gelegen in de omstreken van Hasselt in Belgisch Limburg, is sinds 2022 in het bezit van Toerisme Vlaanderen.

Bij een bezoek valt op hoe verspreid de gebouwen liggen. Het geheel ademt rust uit, terwijl intussen veel interessants te bekijken is.

Brouwerij Cornelissen uit Opitter bevindt zich ruim 40 kilometer ten noord-oosten van Herkenrode, maar verkreeg de licensie om abdijbier uit te brengen onder de naam Abdij van Herkenrode. Daar doet de brouwerij geen slechte zaken mee, want de abdij trekt jaarlijks heel wat bezoekers.

Herkenrode werd tot de Franse Revolutie bewoond door nonnen : vanaf 1217 officieel door Cisterciënzerinnen, de orde waartoe ook Trapistinnen behoren. Tot dan hield Ada, gravin van Holland, zich bezig met de oprichting van de abdij. Ada was nog jong, maar had rijkdom en macht. Dat waren goede uitgangspunten om een abdij te beginnen, van waaruit via het geloof en de kerk een sterke bestuurlijke invloed kon worden uitgeoefend op de wijde omgeving. 

In de omgeving werden vele veldslagen geleverd in de loop der eeuwen en de abdij kende dan ook veel moeilijke tijden, met veel geldgebrek. De nonnen moesten zien te leven van hetgeen hun werk opleverde, volgens de kloosterregel van Sint Benedictus. 

Benedictus van Nursia leefde van 480 tot 547 na Christus in Italië. Bij ons festival is ook altijd bier te krijgen van het klooster van de Benedictijnen uit Nursia. Benedictus verstond de kunst om een tamelijk overzichtelijk geheel van regels op te stellen, waarmee monniken zich konden verenigen in kloosters. Heel bijzonder was de snelheid waarmee de kloosterregel zich in die tijd al wist te verspreiden door grote delen van Europa. 

Het beginsel ‘ora et labora’ (bid en werk) was een belangrijk uitvloeisel van de regel van Benedictus. De kloosters moesten zien te leven van wat de arbeid van de monniken opbracht. Doordat de monniken konden lezen, schrijven en organiseren, wisten zij vaak invloed uit te oefenen tot ver buiten de grenzen van hun eigen streek. Zo werden bijvoorbeeld veel vroege inpolderingen in Zeeland gedaan in opdracht van Vlaamse abdijen. 

In de zeventiende en achttiende eeuw waren er in Herkenrode periodes waarin de ene abdis nog meer middelen besteedde aan kunst en architectuur dan de andere. Zij vulden hun eettafels rijkelijk met allerlei wild, vis en gevogelte. Uiteraard zal er ook bier gebrouwen zijn, maar wijn lag als drank bij deze rijkdommen wellicht meer voor de hand. In 1796 werden de nonnen echter gedwongen hun abdij op te geven. In 1797 werden de gebouwen door de revolutionairen verkocht.

Het is zeker de moeite waard om de abdij met het museum te bezoeken en last but not least – ook het heerlijke bier van Cornelissen te proeven. Dat kan ook tijdens het komende festival!

 

BROUWERIJ VAN STEENBERGE UIT ERTVELDE

Veel Zeeuwse bierliefhebbers drinken wel eens Piraat of Gulden Draak, in één van de vele varianten.  Zware bieren waarmee bovengenoemde brouwer uit Oost-Vlaanderen groot is geworden. 

Sinds enkele jaren is daarnaast nog La Fourchette gelanceerd, een mix van tripel en witbier die bij velen goed in de smaak valt.

Geen land ter wereld is zo toegelegd op het maken van zware 'speciaalbieren' als België. Daar bestaan goede redenen voor, maar die moeten we maar eens bij een glaasje op het festival bespreken. Net als de vraag waarom België de langste traditie heeft van de zure lambikbieren en fruitbieren. 

Elk land heeft zo zijn eigen bierstijlen, maar België springt er echt wel uit. Sterk blond bier als Duvel, de Belgische trappisten en heel wat abdijbieren vormden daarbij sinds een halve eeuw de voorhoede van een enorme exportgroei.  Bijzonder is dat de Belgische brouwers vanuit hun enige en oorspronkelijke vestigingsplaats de hele wereld weten te bereiken met hun bier. Veel te klein om multinationals te zijn, maar te groot voor alleen de Benelux-markt. 

Van Steenberge uit Ertvelde als onderwerp van dit stukje, nog niet zo lang geleden bekend onder de naam 'Brouwerij Bios', past ook helemaal in dat plaatje. 

Wat u echter niet kunt weten, is dat in de jaren '70 van de vorige eeuw, een groepje jonge mannen uit Middelburg en Vlissingen met een aanhangwagen al bier voor de export gingen inslaan bij 'Bios', om in hun café ander bier te kunnen drinken dan het nogal saaie aanbod van Nederlandse pils en, aangevuld met Hannen en Diebels Alt en enig geluk een trappist, Duvel, Hoegaarden of Leffe. 

Bios (het Griekse woord voor ‘Leven’) had in de jaren daarvoor enkele andere brouwerijen overgenomen en haalde uit het verkregen gamma onder meer de bieren Abdij van Bornem en Abbaye de Champlon Monastique. Daarnaast werd de eerste versie van de Augustijn gepresenteerd, een amberkleurig bier van ongeveer 7,5% dat niet voor de klassieke dubbel of tripel kon doorgaan.  Uiteraard zaten ook pils (de 'Sparta'), tafelbieren en een lichte stout (de 'Wilson') in het assortiment, maar daar was geen behoefte aan in Nederland. À propos, als we daar kwamen nam brouwer Pol van Steenberge ons graag even mee naar de tegenover de brouwerij gelegen ‘bios’ De Ritz, tevens ingericht als brouwerscafé. We werden dan onthaald op het hele assortiment, waarbij de glazen Wilson doorgaans op een onbewaakt moment tussen de sanseveria’s belandden. Veel bierstijlen van de 20e eeuw bestonden om hun voedzaamheid, niet om hun lekkere smaak…. 

Een voor Nederland heel bijzonder bier dat naast het genre van de abdijbieren ook bij de brouwerij werd meegenomen, was de 'Bios Vlaamse Bourgogne'.  

Dit Vlaams bruin bier, kreeg na de gewone hoofdgisting met toegevoegde gist een afrijping op onbewerkt eikenhout, waarbij door de inwerking van bacteriën melkzuur en fruitzuren ontstonden. Door die zuren werd het bier rinzig en lang houdbaar. 

In Nederland was het Mestreechs Aajt een vergelijkbaar bier. Dit voortreffelijke bier van 3,5% - met een heel eigen geschiedenis - wordt nu nog door Gulpen gemaakt, om bijvoorbeeld te drinken bij het eten van zoervleis (Limburgse stoverij). 

Omdat het mildzure bier dorpelingen van Ertvelde deed denken aan de smaak van peer werd de brouwerij in de volksmond ook wel 'De Peer' genoemd. 

Bios was in het maken van een mildzuur bier niet uitzonderlijk. Veel Vlaamse brouwerijen, vooral in het Westen, schakelden niet of (vergeleken met Nederland) pas laat over op het maken van pils en hielden lang vast aan hun eigen bieren van hoge of gemengde gisting. 

Er waren veel mengbieren op de markt, waarbij oud met jong bier vermengd (zoals Rodenbach) of bieren van verschillende gisting (zoals Liefmans Gouden Band ) gemengd werden.  

De smaakassociatie met fruit werd door de brouwers liever benoemd als ‘vineus’ (wijnachtig). Rodenbach adverteerde lang met de zinsnede 'Het is als wijn'. Bij Bios sprak men nog deftiger van 'Vlaamse Bourgogne'.   

Vanaf het moment dat de brouwerij zich toe ging leggen op de productie van pilsbieren, werd men voorzichtig met het bacterieel afrijpen van bier, vanwege het grote infectiegevaar. Het risico was dat de pils door infectie met een overwaaide bacterie ook zou verzuren. De houten rijpingstonnen werden dan ook zo ver mogelijk van de gistkuipen in de brouwerij weggehouden. 

De Vlaamse Bourgogne werd door de stijgende populariteit van de pils bovendien veel minder verkocht. Rond de eeuwwisseling viel de Vlaamse Bourgogne dan ook vrijwel niet meer te bespeuren.

Door de groei van belangstelling voor ‘sours’ in de Verenigde Staten, besloot men de Vlaamse Bourgogne enige jaren terug toch weer permanent in productie te nemen, maar dan onder de naam 'Monk's Café', voor een bekend biercafé met die naam in Philadelphia. Dit bier is dus voor de export en vind je niet in de supermarkt tussen de andere bieren van Van Steenberge.

Als interessante doorontwikkeling maakte de brouwerij vervolgens een technisch ingewikkelde ‘Grand Cru’-versie, waarmee de nodige prijzen werden gewonnen. Een prachtig bier van op hout verzuurde donkere tripel, na afrijping aangelengd met pils tot slechts 5,5% alcohol rest, met een lage hopbitterheid maar een hoog smaakgehalte van donkere moutigheid en zuren.

Wie van karnemelk houdt, smult waarschijnlijk ook van een bier als dit.

Bier in Zeeland is in het voetspoor van de aanhanger-import uit de jaren '70 nu in overleg met brouwerij Van Steenberge om enkele interessante biertjes op de tap in de crypte te zetten (waaronder een White IPA, een Extra Blond en een 'specialleke' naast de kaart). 

Het type 'Vlaams Bruin' zal daarnaast op het festival zeker ook te krijgen zijn. Ondanks het infectiegevaar ! 

Foto: Het Eerste Zeeuwse Biergenotschap (EZGB… voor insiders!) met Pol van Steenberge in De Ritz